Brassica's: koolachtigen

Bloemkolen en savooien, daar houden we ons niet mee bezig. Die haal je beter op de markt, als je ze dan toch, voor heel even, in je tuin wil. Voor ons zijn de bloem- en sluitkolen veel te zwak. Ze zijn niet in staat om zichzelf voort te planten. Ze zijn zo verslaafd gemaakt aan kunstmest en pesticiden, dat ze niet meer zonder kunnen. Plaats je ze in een omgeving waar het bruist van het leven, dan worden ze zo door datzelfde leven stante pede afgemaakt. Ja, ja, steek het maar op de slakken. Wij steken het liever op zwakke planten. Met zwakkelingen, daar zijn wij, als permacultuur-tuiniers, niets mee. Gelukkig zijn er nog heel wat wildere kolen te vinden. De rassen die nooit door de zaadindustie doorgekweekt geweest zijn. Die hebben nog dat lekker wilde, natuurlijke gedrag is zich. Ze zijn lekker, en gezond, bevatten veel meer inhoudsstoffen dan een plofkool. Als ze bloeien, dan zijn ze bijzonder in trek bij de bijen. Ze kruisbestuiven ook nog eens dat het een lieve lust is. En daarna zaaien ze zich overvloedig zelf uit. Ieder nieuw baby-kooltje ziet er het jaar nadien verschillend uit. Op een jaartje tijd wordt het werk van een eeuw veredelingsindustrie te niet gedaan. Herverwildering en natuurlijke evolutie naar biodiverstiteit in volle actie!
Voor ons zijn er 2 soorten kolen interessant. Verwilderingskolen, de vagebonden die zichzelf (kunnen) voortplanten. En de echte vaste kolen: zij die nooit bloeien en bijgevolg ook voor ‘eeuwig’ leven. De eerste groep is ideaal om op een stuk nieuw aangeboorde grond te pionieren. Ze gaan op wandel door je tuin, en duiken het jaar nadien 5 meter verderop op. Wie heeft hier teeltwisseling ‘uitgevonden’? ’t Is bij de kolen dat de mensheid de mosterd is gaan halen. De echte vaste kolen, die horen meer thuis op een meer gevestigd stuk grond, zowel ergens langs de rand van een traditionele moestuin, als in een voedsdelbos als in een sierborder, als tussen de steenvoegen langs de straatkant.

Alle 2 resultaten

Alle 2 resultaten