meente

In de Middeleeuwen behoorde een groot deel van de Faluintjes tot het grondgebied van de Abdij van Affligem. De bewoners bewerkten het land van de paters als meente – gemeenschappelijke zaai- en weidegrond – in ruil voor een deel van hun opbrengst. Dankzij deze samenwerking floreerde de lokale economie.

Ook wij bewerken onze Warme Meente. Die “ons” is zeer ruim: iedereen kan deelnemen, als tuinier, als bezoeker, als klant. Een deel van onze¬† opbrengst gaat terug naar de eigenaar van het serrecomplex, ter compensatie voor het gebruik van de infrastructuur en de ruimte. Wat overblijft, wordt verdeeld. We voorzien zo de bewoners van de Faluintjes van vers, zelf gekweekt, onbespoten voedsel.

Binnen de Meente ruilen we arbeid, tijd, diensten en eigen bereidingen – onze ruilmunt is de Falun. We maken onze eigen bloeiende economie op kleine schaal. Na verloop van tijd breiden we deze transacties uit naar lokale producenten van andere goederen. De Falun wordt de munt van de Faluintjes: we stimuleren zo de mensen om lokaal te kopen. Faluns zullen welig circuleren, en de bevolking van de Faluintjes voorziet opnieuw in haar eigen onderhoud.

De economie bloeit – duurzaam, ecologisch, sociaal, lokaal.